LANDGOED BURGST, HET HISTORISCHE HART VAN DE HAAGSE BEEMDEN.

Aan historie ontbreekt het niet in de Haagse Beemden. Het oorspronkelijke gebied was eeuwen geleden door de ligging nabij veen, water en bos een ideale plek voor de eerste bevolking om te wonen en te werken. Het is dan ook de plaats met de vroegste bewoning in de regio. Al eeuwen geleden kwamen hier „versterkingen” voor, zoals Hambroek, De Emer, Gageldonk, Hoogsteen en uiteraard ook Burgst. Reeds in 1265 wordt het landgoed al genoemd, toen nog gespeld als „Borst”. In 1352 komt de eerste heer van Burgst: Jan Uten Houte in de geschriften voor als „riddere van Borgst”. De naam is waarschijnlijk een samentrekking van de woorden „borg/burcht” (vesting) en „ast”  (akker), dat later verbasterd werd tot „Burgst”.

 Tot 1798 was Burgst een „heerlijkheid”. Dat wil zeggen dat de landheer bepaalde „heerlijke” rechten had, zoals o.a. jacht- en visrecht, rechtspraak waar het leen- en cijnsgoederen betrof en schouwrecht op sloten en wegen. In de 17e eeuw pretendeerde de landheer ook nog dat hij „hoge heerlijkheden” bezat zoals rechtspraak in criminele zaken en recht van executie. Hiervan zouden de oude verhalen die de ronde doen over „de gevangenis” en het „Galgenveld” getuigen zijn.

Het landgoed bestond tot 1790 alleen uit het „Blokhuis”, de Grote en de Kleine Hoeve en De Muizenberg. Op de Grote Hoeve woonde de „stadhouder” (rentmeester), die bij een bezoek van de landheer officieel de sleutel moest aanbieden. Door het besluit van Anna en Cornelis Nahuys-Crul in 1790 om hier een landhuis te bouwen werd Burgst in feite pas een echte „heerlijkheid”. Immers nu woonde er „de heer van Burgst” zelf. Ook werd toen begonnen met de aanleg van het huidige park. In 1798 werd met de komst van de Fransen het begrip „heerlijkheid” afgeschaft. Van 1836 tot 1858 woonde er zijn neef Huibert en diens Engelse vrouw Ellen Hodgson. Met hun kinderen, gouvernante en bedienden voerden zij een luisterrijke huishouding. Door de koop in 1892 mocht de heer Constant Smits ook de naam „Burgst” aan zijn eigen naam toevoegen en sinds die tijd was het landgoed „Burgst” in eigendom van de familie Smits van Burgst. In juli 2012 is het landgoed verkocht aan een nieuwe eigenaar.

 De landheren hebben in de loop der tijd hun invloed vaak laten gelden bij het ontwikkelen van de omgeving zoals de verharding van diverse wegen en de bouw van een station (begin vorige eeuw). Tot 1942 behoorde het landgoed tot de gemeente Princenhage, van 1942 tot 1976 tot de gemeente Prinsenbeek (vroeger Beek) en is nu gemeente Breda. De familie Smits van Burgst was vroeger als bewoner van het landgoed sterk betrokken bij het westelijk van het landgoed gelegen dorp Beek. Men ging daar ter kerke per rijtuig en werd met alle egards behandeld. De lokale harmonie Amor Musae en het Gilde St. Sebastiaan konden op hun steun rekenen. De Beekse bevolking sprak met ontzag over het „kasteel” Burgst. Door de aanleg van de A16, spoor en HSL verdween deze binding geleidelijk.

Was het landgoed in de loop der eeuwen om verschillende redenen al van belang, nu is landgoed Burgst nog steeds belangrijk, omdat het een „heerlijkheid” in de omgeving is.

De grenzen van het ‘oude’ Burgst